Papegaai Lara zat rustig in haar kooi. Ze was aan het ontwaken. Ze spatterde wat met het water, om op te frissen. Zo kon ze de dag weer goed doorkomen. Want, het was best zwaar. Zo de hele dag in een kooi zitten. Ze voelde zich opgesloten. Ze kon niet vliegen, behalve dan in haar kooi, die eigenlijk veel te klein voor haar was. Het enige wat ze kon doen was: luisteren. Luisteren naar de mensen. Luisteren wat zij zeiden. Zij hoorde vooral de moeder, de vader, en de twee kinderen. Het gezin waar zij onderdeel van was. Deze kinderen hadden haar uitgekozen in de dierenwinkel. Daar was ze blij mee, want in de winkel verblijven, dat was nog erger. Daar had ze helemaal geen bewegingsruimte! Dus dit was toch weer een stapje vooruit. Ze vond het fijn in dit gezin. Ze waren lief voor elkaar. Soms ook niet, maar ja, dat hoorde erbij.
Jaloers was ze, op deze mensen. Dat zij een gezin hadden, konden lief hebben én konden ruzie maken. Zij was alleen. Kon met zichzelf praten. En om niet gek te worden, ging ze de mensen na praten. De kunst was om eerst heel goed te luisteren. Want, tja, luisteren is best wel een kunst. Niet alle papegaaien en mensen kunnen dat. Het is een vaardigheid die je aan kunt leren. Wat er moeilijk aan is, is stil te zijn. En je volledig te concentreren op de ander, wat hij of zij zegt. En dan alles ook te onthouden. De grote lijnen in je hoofd te ontdekken. Zoals op de ‘socrates manier’. Lara bedacht dat zij de socratische papegaai was. Dat leek haar wel grappig, om zich zo te noemen. Ik bedoel, wie noemt zich nu een ‘socratische papegaai’? Lara begon veel te luisteren naar de mensen. Vooral naar één van de kinderen, Sem.
Sem kwam heel vaak naar haar toe, en begon een gesprekje te voeren. Zo kon Lara van dichtbij horen wat hij zei. Hij zei eigenlijk best wel. Het was zo’n lieve jongen! Tegen zijn familie zei hij nauwelijks wat, tegen Lara wel. Dit kwam, omdat de anderen zogenaamd ‘druk’ waren. Ze hadden geen tijd voor hem. Om naar hem te luisteren. Lara had dit natuurlijk wel. Zo werden ze maatjes. Ook al konden ze niet helemaal met elkaar communiceren. Stilte was al voldoende, om van beide kanten iets te zeggen. Het voelde fijn voor Lara, zo’n maatje.
Sem was een wijze jongen. Hij had veel kennis, vooral van de filosofie. En vertelde Lara daarover. Vandaar dat ze had bedacht dat ze de socratische papegaai zou heten. En zo werd ze ook genoemd door Sem. Socrates was een filosoof die hield van vragen stellen. Alleen door vragen stellen word je wijzer. Eén van zijn uitspraken is: ‘Wijsheid begint met verwondering’. Hij stelde eigenlijk dat het ‘niet weten’ je wijzer maakt. ‘Uhhhhmmmm’, dacht de papegaai. ‘Daar kan ik mij wel in vinden!’
Hij luisterde verder, en werd…WIJZER!
