Abel zit op kantoor. Hij schrijft, een artikel. Er is een deadline. En een deadline betekent iets met tijd. Daar wordt hij zenuwachtig van. Hij wil ‘de tijd’ hebben om iets goed uit te zoeken en uit te werken. Als een kunstenaar, die de tijd neemt om een kunstwerk te maken, dan weer afstand nemend. Soms even laten liggen. Bestuderen wat het schilderij nog van hem vraagt. Niet te overhaast. Rustig.
De beste ideeën krijgt Abel in rust. Even weg van zijn werk. De natuur in. Zo zou hij wel willen zijn. ‘Als een kunstenaar’, denkt Abel. Is niet iedereen een kunstenaar? Ergens mee bezig zijn, afstand nemen, jezelf en het werk observeren, dan weer verder. ‘Dat is eigenlijk leven’, dacht Abel. We kunnen niet met z’n allen doordraven. Aan één stuk door. Dan maken we fouten. Dan komen we niet op het gewenste eindresultaat. Dan zien we het overgrote geheel niet. Dan missen we kansen.

‘Stilte en tijd inbouwen in mijn werk is daarom essentieel’, zegt Abel hardop tegen zichzelf. Laat ik maar lekker een wandeling maken. Ik schrijf de baas van de krant, dat hij het beste artikel krijgt. Wél een paar uur later. Na mijn moment van stilte.
Hoe stil ben jij tijdens je werk? Ruim je tijd in voor een momentje rust, of ga je door? Hoe zou stilte voor jou werken?
Veel plezier met je werk vandaag, mét tijd voor stilte!
