Al jaren ben ik met yoga bezig. Inmiddels mag ik mijzelf officieel ‘yogadocent’ noemen. Ik weet niet of deze titel de lading dekt, maar dat is wellicht iets voor een andere blog 🙂 Waar ik het nu over wil hebben, zijn de asanas; de houdingen.
In de ‘yogabijbel’; de yoga sutra’s van Patanjali; staat in hoofdstuk 2.46 (voor wie geïnteresseerd is om te lezen) dat een asana een houding is die ‘stabiel’ en ‘comfortabel’ is. Toen ik startte met het beoefenen van de asanas was alles oncomfortabel. Waarschijnlijk hoort dit zo te zijn bij nieuwe dingen die ik leer. Ik bedoel, alleen al het tijdje zitten in de asana ‘Sukhasana’, de meditatieve asana in kleermakerszit, voelde al erg ongemakkelijk. Wij, westerse mensen (waar ik mij mee vergelijk), zijn opgegroeid met zitten op een stoel. Niet stil, op de grond.
Tijdens mijn yoga opleiding, zaten we veel op de grond. In Sukhasana. Ik luisterde naar de docent voor mij, die mij de theorie uitlegde over yoga. Alleen, ik was kapot na het einde van zo’n dag. Ik kon niet meer. In die Sukhasana zitten. Hoe deden mijn andere mede-cursisten dat? Ik voelde mij na elke les moe. Uitgeput. Ik was blij dat ik kon bewegen tijdens een lunchwandeling. Inmiddels lukt het stil zitten in deze meditatieve asana mij aardig. Het heeft mij veel ’tapa’ (pijn) gekost. En een grote dosis discipline. Discipline is wat je nodig hebt als je je begeeft op het yogapad. Overgave en discipline.
Overgave en disciplines in de asanas, én in het leven. Want, alles wat er op die mat gebeurt, is een replica van het leven. Zo had ik de behoefte om altijd maar aan dat ‘eindplaatje’ van een asana te voldoen. In mijn werkelijke leven ervaarde ik dat ook. Altijd het hoogst haalbare willen. Altijd het perfect willen doen. Voor een ander. Of de asana willen doen voor mijn yogadocent.
Het grappige is, yoga doe je voor jezelf. Voor je persoonlijke ontwikkeling. Ik was zo druk bezig met het DOEN van een asana, dat ik vergat dat ik een asana BEN. Dat ik mag genieten van het proces, als een wandelaar die zijn pelgrimstocht wandelt. Het gaat daarbij niet zozeer om de bestemming, maar veel meer om wat er gebeurt op de weg ernaartoe. Zo zie ik het doen van een asana ook. Ik mag voelen wat er te voelen valt. Op dát moment. Ik was altijd in de toekomst bezig. Toewerken naar dat perfect plaatje. Alleen, dat perfect plaatje bestaat niet. Wat wel bestaat, is: nu. Ik in de asana. Ik voelend in een asana. Ik in de ontspanning en de inspanning.
Ineens kreeg ik zo’n ‘aha-moment’. Het ging niet om die perfecte asana in de yoga, het ging om mij. Accepteren waar ik nu stond, en daar tevreden mee zijn. Steeds meer werd ik mij bewust van mijn lichaam. En ontdekte: ‘Ik doe geen asana, ik ben een asana!’. Wat een opluchting vond ik dat! Het voelde veel natuurlijker. Om dichter bij mijzelf te blijven. En dat is wat het doen van asanas in de yoga mij bracht. Dichter bij mijn eigen natuur te zijn. Ik gun jou dat ook!
